Mededelingen

Het valt moeilijk te ontkennen, steeds meer mensen voelen de gevolgen van de financiële en economische malaise. Crisissen zijn er vaker geweest; voor een historicus als Frank van Gils niets nieuws onder de zon. Hij ziet verschillen maar ook duidelijk parallellen met vroeger.

 

 

 

De meeste mensen kennen wel de Grote Depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw. Minder bekend zijn de problemen in de 18de eeuw, aldus Van Gils, kenner van die eeuw bij uitstek. Hij publiceerde afgelopen voorjaar, samen met zijn neef Karel van Campen en met hulp van Fons Smits van Grafisch Buro Goirle, een boek met een inkijkje in die eeuw waarin Brabant werd geteisterd door de ene crisis na de andere. Als grensprovincie werd ze gegeseld door oorlog, armoede en criminaliteit. De Brabanders zagen geen kans zich te herpakken.



Kinderen op school leren tegenwoordig dat de 18de eeuw de tijd was van pruiken en revoluties, van rationeel optimisme en verlicht denken. Maar de nieuwe ideeën wat betreft godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen waren slechts bij een kleinere intellectuele bovenlaag bekend; de gewone Brabantse man of vrouw dacht en deed nog half middeleeuws.

 

Volgend jaar herdenken we dat er in 1713 een einde kwam aan een Europese oorlog die een gevolg was van een ruzietje tussen gekroonde hoofden over een erfenisje: wie wordt koning in Spanje. Ruim dertien jaar trokken verschillende legers door Brabant: Oostenrijkse, Hollandse, Hessische, Brandenburgse, Franse, Spaanse en Engelse troepen, en: allemaal mee-eten. De locale bewoners werden afgeperst door vriend en vijand. Maar wie was nu vriend en wie vijand?


Hetzelfde gebeurde nog eens met Maria Theresia van Habsburg die in 1740 haar vader wilde opvolgen als keizerin van Oostenrijk. De naburige landsheren waren nog niet gewonnen voor vrouwenemancipatie, et voila: de Oostenrijkse Successieoorlog. Franse troepen maakten opnieuw oorlog in Brabant. De bevolking betaalde weer de hoofdprijs, want het kan niet anders zijn dan dat de hele landstreek verarmde door deze roerselen. De Zevenjarige Oorlog, een soort van vervolg op de Oostenrijkse Successieoorlog, woedde van 1756 tot 1763, en op het einde van de eeuw kwamen opnieuw Franse, ditmaal revolutionaire troepen.

 
Na oorlog volgde steevast een verdrag, maar voor de gewone bevolking waren daarmee de problemen niet opgelost. Ontslagen militairen, vaak afkomstig uit den vreemde, waren moeilijk inpasbaar in de burgermaatschappij. Ze trokken doelloos rond opzoek naar prooi. Daarnaast waren er nog de deserteurs die nogal driest optraden. Vaak opereerden ze in groepen en joegen de bevolking op de dorpen grote schrik aan. Van nature leverde Brabant ook al niet veel op; de landbouw rendeerde weinig. Mest was er nauwelijks omdat weinig vee werd gehouden; voor meer beesten was er gewoonweg niet genoeg eten. Daarbij werd de tweede helft van de 18de eeuw gekenmerkt door opgestapelde rijkdom en het tentoonspreiden van weelde door een kleine bovenlaag. Daartegenover stond  een groot aantal mensen dat op de grens van het bestaansminimum leefde. De afstand tussen de uitersten werd alsmaar groter en de middengroepen werden steeds minder in getal. Daarbij kwamen ook nog hogere accijnsbelastingen, die onevenredig zwaar drukten op de man met een kleine beurs. Enkele bankiers verdienden schatten geld aan financiering in het buitenland, maar voor Jan Boezeroen was er minder werk. Ondernemers werden getroffen door een Jan Saliegeest en ondernamen niet meer. Liefdadigheidsinstellingen waren overvraagd, waardoor de spoeling dunner werd. Er kwamen meer diefstallen, de bedelarij en vagebonderij namen toe. De agressiviteit van deze zwervers en slechtdoeners nam duidelijk toe. Individuele armen sloten zich vaak aan bij een groep omdat dit toch iets meer veiligheid bood. De plattelandsbevolking voelde zich volkomen machteloos tegenover deze doldrieste overvallers en afpersers. Meestal was er van de daders geen spoor terug te vinden. Het politieapparaat was primitief en onderbemand.



Tegen deze achtergrond vertellen Karel van Campen en Frank van Gils over hun overovergrootvader in het boek ‘Adriaan van Campen, de grootste crimineel van de Baronie van Breda’. Een prachtige full-color uitgave met ruim 140 afbeeldingen en vele bronverwijzingen. Gunstig geprijsd dankzij gulle sponsoring. Verkrijgbaar bij Grafisch Buro Goirle voor € 19,50. Met het boek in de hand heb je ook toegang tot vele honderden pagina’s bronmateriaal via deze website waarop ook steeds aanvullende onderzoeken worden gepubliceerd.